Films kan je pas verbieden als ze er zijn. Fitna is er, dus is het wachten op de eerste rechtzaak. Dat gebeurde eerder, in 2005. Toen trachtte een aantal beledigde moslims Submission II van Ayaan Hirsi Ali te verbieden. De rechter beargumenteerde zijn oordeel – geen verbod – heel zorgvuldig. Van die zorgvuldigheid kunnen wij in het noodzakelijke debat over Wilders’ creatie nog wat leren.
Een beledigende, polariserende en grievende film willen we liefst allemaal verbieden. Uitingen die kwetsbare verhoudingen tussen bevolkingsgroepen kunnen verstoren, horen niet in een democratie thuis. Het recht, het Europese Verdrag voor de rechten van de Mens (EVRM) geeft ook ruimte voor het inperken van de vrijheid van meningsuiting. Artikel 10 van dat verdrag stelt dat de goede naam of rechten van anderen, het voorkomen van wanordelijkheden alsmede de goede zeden redenen kunnen zijn om die vrijheid op te schorten of in te perken.
Dat is wat in 2005 ook gebeurde. Een groep moslims wilden in een kort geding de uitzending van Submission II Fitna van Geert Wilders. Daarom is het verstandig wat elementen uit die uitspraak nader onder de loep te leggen.
tegenhouden. In een juridisch exposé oordeelde de rechter dat daar geen reden toe was. De eis werd verworpen en de film mocht worden vertoond. Dat juridische exposé is interessant genoeg om eens nader te bekijken. De rechter beredeneerde in deze casus misschien te streng, rigide zullen critici beweren. Toch is deze strengheid verhelderend. Ook voor onze reactie op
Eisers vonden fragmenten uit de eerste film en essays van Ayaan grievend en beledigend. Ze haalden een aantal voorbeelden aan waaruit dat ook moest blijken. De rechter oordeelde dat de geselecteerde passages uit de context van de film en ander werk van Ayaan waren gerukt. Die context bepaalde in grote mate de betekenis van de aangehaalde citaten die volgens de rechter misschien ver gingen, maar niet ‘te’ ver. Eis verworpen.
De film was een duidelijke overtreding van artikel 147 van het Wetboek van Strafrecht, luidde de eis. Die overtreding was in deze civiele procedure niet aan de orde, stelde de rechter. Daarover deed de rechter dan ook geen uitspraak. Eis verworpen.
Kon Ayaan geen misbruik van Korancitaten worden verweten? Nee, stelde de rechter opnieuw vast. De citaten waren namelijk correct weergegeven. Hun juistheid werd door de eisers niet betwist. Dus van misbruik is geen sprake. Want waarom zou Ayaan niet uit de Koran mogen citeren? Eis verworpen.
De rechter stelde zelfs dat de eisers een belangrijk punt hadden laten liggen. Ayaan beweerde dat tussen de Koran en de behandeling van vrouwen door moslims een direct verband bestaat. Omdat de eisers niet konden aantonen dat dit niet het geval was, mocht Ayaan dat vinden. Stelde de rechter. De eisers hadden moeten aantonen dat van een dergelijk verband geen sprake is. Eis verworpen.
Conclusie: ‘Het voorgaande leidt tot de conclusie dat gedaagde niet onrechtmatig heeft gehandeld jegens eisers. Daarom zal de vordering (een verbod op Submission, part II, spvdl) worden afgewezen.’ Eis verworpen dus. Ayaan mocht de film uitzenden en een aantal beledigde moslims verloren waarschijnlijk weer wat vertrouwen in de rechtsstaat. Blijkbaar mocht de dissidente ongestraft opmerken dat ‘de moslimman (…) in het algemeen zijn zinnelijke driften – gelijk een geitenbok – niet [kan] beheersen’. Beledigend, zeker. Maar in de context van de strijd tegen de vrouwenonderdrukking toelaatbaar en proportioneel. Oordeelde de rechter tenminste.
Het exposé van de rechter kan als een teleurstellende uitspraak worden uitgelegd. Tegelijkertijd bewijst de uitspraak de zorgvuldigheid waarmee de rechter te werk gaat. En in het losbarstende debat over Fitna zal de nuance waarschijnlijk het eerste slachtoffer zijn. Wie tegen de film is, rept al snel over de wanordelijke chaos die het aanricht, beledigende en grievende uitlatingen van een polariserende peroxide populist. Wie voor de film is, zal teruggrijpen op de dictatuur van Hitler. Toen zijn wij ook bezweken zelfcensuur, politieke correctheid en diplomatie.
Beide debatlijnen zijn zo vruchteloos. Het gaat om de casus Fitna. Die willen we begrijpen en erover debatteren. In haar uniciteit, haar eenmaligheid en complexiteit. Iets vinden mag en moet nu misschien wel. Maar wel met inachtneming van enige tact, zorgvuldigheid en liefst na enig nadenken. Anders zijn we niet alleen teleurgesteld in de uitkomst, maar ook in het debat zelf. En dan creëren we een nieuw probleem.
Sebastiaan van der Lubben
Sebastiaan van der Lubben is PvdA-lid en bedrijfsjournalist
2-04-2008 om 09:50
Er is iets niet goed gegaan met Knippen & Plakken in alinea 3. Maar voor de rest een nuttig & helder stuk. Wat denkt u nu: heeft een nieuw proces zin? Op welke gronden zou dat dan moeten worden gevoerd?
3-04-2008 om 13:07
Een nieuw proces zal weinig kans maken, denk ik. Wat mij als leek opviel was de strenge manier waarop de rechter redeneerde. Er is geen plaats voor emotie of morele verontwaardiging. Wat ‘rechtens’ is is het enige dat telt.
Dat maakt de uitspraak wellicht wrang voor diegene die beledigd zijn, maar werpt tevens een voldoende drempel op om al te lichtzinnig met de vrijheid van meningsuiting om te gaan. Blijkbaar is het recht een voldoende buffer tegen een ondoordacht verbod.
Op morele verontwaardiging moet blijkens de uitspraak in de zaak Submission II dus een moreel (maatschappelijk) debat worden gevoerd. Ons gelijk bij de rechter halen heeft in het geval van Ayaans film blijkbaar geen zin.
4-04-2008 om 16:59
SvdL schrijft: “Een beledigende, polariserende en grievende film willen we liefst allemaal verbieden.”
Nee, dat willen we niet allemaal, tenzij met “we” aanhangers van het censurisme worden bedoeld. Het zijn drie subjectieve begrippen, die je niet zo maar in een verbod kunt vangen. Daarmee is de rest van het stuk voor mij irrelevant geworden en ga ik het maar niet lezen. Dat bespaart tijd.
Gaarne zou ik wel iets willen laten doen aan de lange tenen van sommige gelovigen, waarbij ik mij niet aan de indruk kan onttrekken dat die die van moslims gemiddeld misschien wat gevoeliger zijn dan die van christenen en dientengevolge gemiddeld ook wat heftiger reacties veroorzaken.
Ik zal nogmaals de vraag opwerpen waarom verbale aanvallen op religieuze geloofsgroepen, en met name moslims, als ernstiger worden beschouwd dan dergelijke aanvallen op, pakweg, supporters van een voetbalclub (ook een soort gelovigen), aanhangers van kwakzalverij of andere paraculturele zweverijen, fanatieke aanhangers van een of andere ideologie enz. enz. Als atheïst kan ik namelijk helemaal niets met godsdienst en het geloof in een god of andere zogenaamd hogere entiteit, noch trouwens met het kunstmatige onderscheid tussen geloof en bijgeloof. Zuiver objectief beschouwd is er geen enkele reden om een uitzondering voor religieuze gelovigen te hanteren.
Wie meent te moeten geloven in een god moet dan ook maar zo sterk in zijn geloofsschoenen, of op zijn blote voeten, staan dat “beledigende, polariserende en grievende” aanvallen op (aanhangers van) zijn geloof hem niet wezenlijk raken, want het ware geloof staat toch ver boven het aardse rumoer? Zoals Mona Moussly het verwoordt: “If you believe in God, then do you really think that a Supreme Being such as God is really going to be insulted? I believe that he is far beyond such minute details.” Zie: http://www.alarabiya.net/views/2008/03/23/47328.html Laat dat nog maar goed eens op u inwerken.
Overigens worden ook allerlei andere groepen opzettelijk beledigd en gekwetst, zonder dat, laten we zeggen, PvdA’ers zich er zo luidruchtig en in grote aantallen over opwinden. Vaak behoren mensen onvrijwillig tot zo’n groep, hetgeen moeilijk beweerd kan worden van aanhangers van een of ander geloof. Dus nogmaals, waarom toch die uitzondering voor gelovigen, en dan met name moslims? Over aanvallen op christenen heb ik eigenlijk nooit iemand zo verontwaardigd horen doen, buiten enkele aanhangers van een christelijke kerk.
Of is er iets anders aan de hand? Verwart men moslim misschien met (een bepaalde) etnische achtergrond? GW doet dat waarschijnlijk, maar dit betekent niet dat anderen het moeten overnemen.
4-04-2008 om 19:45
“Nee, dat willen we niet allemaal, tenzij met “we” aanhangers van het censurisme worden bedoeld. Het zijn drie subjectieve begrippen, die je niet zo maar in een verbod kunt vangen. Daarmee is de rest van het stuk voor mij irrelevant geworden en ga ik het maar niet lezen. Dat bespaart tijd.”
Idem dito. Wel jammer en zelfs een beetje dom. Want je mist de essentie van mijn stuk: zomaar censuur is namelijk heel moeilijk in Nederland.
Advies: lees toch het stuk even. Gewoon: verdiep je eens in waar je het niet mee eens bent!
5-04-2008 om 12:03
Waarde heer Van der Lubben,
U schreef dat we allemaal iets willen, n.l. een film verbieden. Ik wil dat helemaal niet, ook niet achteraf (en behoor dus niet tot die “wij”). En daar reageerde ik op.
Vervolgens ga ik in op het “beledigende, polariserende en grievende”, dat ik relativeer met een vraag en enkele kanttekeningen. Daarmee heeft één zin van u heel veel aandacht gekregen. Dat is iets waar ik trots op zou zijn, als ik u was.
Om u een plezier te doen heb ik ook maar even de laatste alinea van uw artikel gelezen en ik zie dat ik daar ook op heb gereageerd, zonder dat ik het kon weten.
Echter, mensen die uw stukjes niet (helemaal) lezen “dom” noemen, kijk, dat vind ik nu een onnodig “beledigende, polariserende en grievende” opmerking van u.
.
Ik ben diep gekwetst en eis een verbod van u, anders zwaait er wat